Kwaliteit buizen deel 1 (Techniek Radio/TV)

door Anton van den Oever @, Hazerswoude-dorp, 10.04.2018, 00:06 (15 dagen geleden) @ Frans Hamer
Bewerkt door Anton van den Oever, 10.04.2018, 00:11

Bij het testen van een buis bijvoorbeeld een EL84 hoort er volgens
mijn buizenboek bij een spanning van 250 Volt op G2 resp. anode
bij een spanning van -7,3 volt op G1 een stroom van 5,5 en 48 mA te lopen.
Wanneer ik bij een buis nog maar de helft van deze waarde meet dan is deze
in mijn beleving half versleten.

Een dergelijk buis is alleen nog rijp voor de vuilnisbak.

Bij een emissie meting staat deze echter nog ruim in het goede groene gebied.

Met een emissie tester krijg je alleen een indicatie van de conditie van de kathode.

Het is een lang verhaal maar om een goed beeld te krijgen van een conditie van een buis moet je eigenlijk de drie hoofdconstanten bepalen: de steilheid, de versterkingsfactor en de inwendige weerstand.
In de praktijk wordt bij het testen meestal alleen de steilheid en de instelstroom in een gegeven werkpunt bepaald.
Als de steilheid en de anode stroom met ca. 40% is gedaald is een buis gewoon opgebruikt en versleten.
Voor eindbuizen is een daling met 30% al reden tot afkeur, de inwendige weerstand is dan al zover toegenomen dat vervorming een grote rol gaat spelen.

Het probleem is alleen dat je niet weet wat de oorspronkelijke waarden (de Engelsen hebben er zo’n mooi omschrijving voor: the initial values) zijn geweest, daarom moeten we min of meer noodgedwongen uitgaan van de z.g.n. Bogey value, dat is de instelling zoals in het buizenboek of het data blad van de fabrikant is vermeld.
Deze Bogey value is dus een gemiddelde waarde waar de fabrikant van een product naar streeft.
In de tijd dat buizen nog werden gefabriceerd met nauwe toleranties op goed onderhouden machines was dit een redelijk constante waarde, je kunt dan stellen dat bv. 90 % van de productie aan de Bogey value voldoet.
Ook al kunnen de karakteristieken van de overige 10% soms zelfs wel tot 25% afwijken.
Dit is tevens ook de reden dat er geen fabrikant is die grenswaarden voor afkeur publiceert. (op enkele professionele typen na)

Ik heb laatst een aantal ongebruikte 6L6GA buizen van GE (originele productie) gemeten waar dit nog eens bevestigd werd, alle 7 geteste exemplaren hadden nagenoeg dezelfde anode stroom bij een gegeven werkpunt en de zelfde steilheid.
Bij de hedendaagse producties in verre landen is dit eerder een uitzondering dan regel.

Eigenlijk werkelijk alleen van belang is afname van de steilheid vanaf het moment dat de buis voor het eerst in gebruik werd genomen, die initial value.
Alleen door deze te kennen kun je immers beoordelen hoever iets gesleten, opgebruikt, verouderd of wat dan ook.
Jammer genoeg was (en is) er geen fabrikant die deze initial value op het doosje vermelde, laat staan op de buis heeft aangebracht.

Vergelijk het met een autoband; wat was de diepte bij aanschaf? en wanneer spreek je over een half versleten band?
In tegenstelling tot elektronenbuizen zijn deze gegevens bekend; de gemiddelde nieuwe autoband (althans, volgens Continental) heeft een profieldiepte van 8 mm.
De wettelijke minimale profieldiepte van banden mag niet minder zijn dan 1,6 millimeter, je kunt dus 6,4 mm van zo’n band “opgebruiken”
Je kunt in dat geval dan ook spreken over verandering in procenten, stel dat je een paar gebruikte banden wilt aanschaffen met een profieldiepte van 4,8 mm, dat is dan dus een band van 50 %

Zie verder deel 2


Berichten in deze thread:

 RSS Feed van deze thread

powered by my little forum